Trendpresentatie ‘Biotech’

Trendpresentatie Biotech door Nicole Spit (studio Daarheen). Over (synthetische-) biotechnologie

Trendpresentatie ‘Biotech’ door Nicole Spit.

Presentatie over (synthetische-) biotechnology, de wereld van GMO’s, PCR, iGem, biobricks, 6-base DNA, algen, decoratieve schimmels en biocouture. Waarom is er nu in de wereld zoveel interesse in biotechnologie, wat voor mogelijkheden biedt het, welke gevaren? Biotechnologie biedt voor designers en kunstenaars ook veel inspiratie, wat is hun visie?

trendpresentatie Biotech door Nicole Spit (studio Daarheen) over (synthetische-) biotechnology

DDW ‘Het verborgene onthullen’

StudioDaarheen bezoekt de DDW_verborgene onthullen1
StudioDaarheen bezoekt de DDW_verborgene onthullen2

DesignStudio Daarheen bezoekt de DDW _vermeende transparantieStudio Dáárheen bezocht de Dutch Design Week en signaleerde daar een trend om verborgen processen te verbeelden. Het verbeelden van groeiprocessen van micro-organismen, negatieve vormen, geluid en informatieverwerking .

Bij al dat onthullen, lijkt er tegenwoordig ook een trend te zijn ontstaan die ik maar ‘vermeende transparantie’  noem, een schijntransparantie. Multinationals die zich zogenaamd eerlijk en transparant voordoen, omdat men na alle schandalen weet dat de consument er behoefte aan heeft, terwijl men eigenlijk rookgordijnen opwerpt en aan het verhullen is. Schijn-authenticiteit bij ‘eerlijke’ voedings en -kledingwinkels. Complexe zaken helder maken, maar bewust informatie achterhouden. Zoals men bij sommige wetenschappelijke onderzoeken, soms creatief ‘shopt’ in de resultaten. Wat wil je laten zien en daadwerkelijk helder maken en wat bewust door een doolhof van tekst en weerspiegelingen verhullen?

Auteur- Nicole Spit, DesignStudio Dáárheen

Biotechnologie project ‘Pet Shop` op DDW

Studio Daarheen sprak met María Boto Ordóñez over project Pet Shop op DDW
Microben als huisdier op de Dutch Design Week

Gisteren, 21 oktober,  sprak ik op de Dutch Design Week met María Boto Ordóñez. (Biochemist) over het project Pet-Shop in samenwerking met de Waag society. Een project gebaseerd op een interessant idee om biotechnology meer onder de aandacht te brengen.

Haal nu je microben in huis!

Ze laten zich misschien minder makkelijk knuffelen, maar verder doen ze weinig onder voor het grotere huisdier. Bacteriën, schimmels, gisten of algen: koester ze en er komt een dag dat zij datzelfde voor jou doen.

Pet Shop heeft meerdere soorten micro-organismen op voorraad: donker en dominant, slim en snel, zacht en pluizig, of glow in the dark. Zorginstructies in de vorm van do’s en dont’s zijn bij de prijs inbegrepen. Gepast voer is verkrijgbaar tegen een geringe meerpijs. Voor accessoires voor je trouwe vriend kun je terecht in onze shop in shop. PET’IT levert er onder meer speeltjes, kooitjes en halsbanden.

Microben zijn niet alleen leuk om voor te zorgen, je kunt ze ook voor je aan het werk zetten. Ze zijn eigenlijk een must-have voor elke dierenvriend, knutselaar en (bio)hacker’

Met de pet shop, tijdens de Dutch Design Week , wil Waag Society biotechnologie de wereld in brengen. De life sciences hebben de afgelopen decennia een enorme vlucht genomen. Tot voor kort speelde die revolutie zich uitsluitend af in zorgvuldig afgeschermde universitaire en commerciële laboratoria. Tot biohackers zich ermee zijn gaan bemoeien.

Waag Society geeft hun in het Open Wetlab in Amsterdam een plek om te experimenteren met biotechnologie. Nu we steeds beter in staat zijn met levende organismen te ontwerpen, raken ook meer en meer kunstenaars en ontwerpers geïnteresseerd in micro-organismen en biodesign.

Pet shop wil het eigenaarschap van de natuur terugbrengen bij de werkelijke eigenaar.

In het Open Wetlab biedt Waag Society nu workshops aan om iedereen die dat wil te leren omgaan met apparatuur en biomateriaal. In het Biohack Academy programma kun je leren hoe je thuis een eigen doe-het-zelf laboratorium kunt opzetten. Waarin je kunt spelen met je micro-huisdieren.

Pet shop is uitgevoerd door een team van makers van Waag Society naar een idee van María Boto Ordóñez. (Biochemist)

Behalve als huisdier ‘just-for-fun’, kun je in de Pet Shop ook microben aanschaffen om thee van te zetten, om in te zetten  om een gefermenteerd drankje van te maken, als extra voedingsstof of bouwstof, of om iets op te laten lichten. Met een knipoog, maar toch iets om serieus over na te denken.

‘At the moment, photobacteria don’t have much to do with the human body. But let’s think towards the future: what if we could grow photobacteria on our skin and glow in the dark?’

Nicole Spit- Design Studio Dáárheen

Mocht je nog naar de Dutch Design Week gaan deze week, neem ook een kijkje in het Veemgebouw in Strijp-S op de 8e verdieping. Expo ‘Playing Life’, vormgeven met levende materie.

‘Picturing the future, class 2015’

Agile en decluttered in de tussentijd met mijn new united tasteful friends.

Verslag van Studio Daarheen bij picturing the future

Eén oktober was ik aanwezig bij het trendevent ‘Picturing the future class 2015’ georganiseerd door de Rozenbrood trendacademy. Een interessante middag met zes trendlezingen over uiteenlopende onderwerpen. Waarbij ik ‘agile’ wel het belangrijkste woord van deze middag vond. ‘Agility’, betekent behendigheid en ‘agile’ staat voor het je aanpassen aan een snel veranderende werkelijkheid. Het is eigenlijk een al uit 1986 stammende methodiek gebruikt in de IT vooral geschikt als de eisen vaag en veranderlijk zijn. En, ja, wat is er nou vager en veranderlijker dan onze toekomst. De wereld om ons heen verandert razendsnel en vraagt veel van ons aanpassingsvermogen en onze behendigheid om met die veranderingen om te gaan.

 

 

 

 

Studio daarheen bezoekt trendlezing over new uniting

De eerste lezing ‘New Uniting` (door Etty de Boer) ging over de toekomst van verenigingen. ‘New Uniting’ laat zien hoe en vooral waarom mensen zich anno 2015 verbinden. Verenigingen ontstaan omdat een groep mensen een gezamenlijk belang deelt en dit op een efficiënte manier nastreeft. Dat gebeurt steeds meer digitaal. Etty analyseerde dat dat in vier groepen uiteenvalt. Fit-ness, op het gebied van werk en aanpassing voor de arbeidsmarkt bijvoorbeeld bij ‘seatstomeet’, ‘fizzle.com’ of ‘de broekriem’. Trust-ness, alles draait om reputatie en reviews. Spirit-ness, elkaar inspireren, zoals bij ‘newco.com’ voor werkgevers die bij elkaar op bezoek gaan of TED.com met hun inspirerende TED-talks van achttien minuten. En Tribe-ness, mensen die zich onderscheiden en zich daarin herkennen. Bijvoorbeeld ‘worldconnectors’ en ‘30under30’ van Forbes. Eigenlijk klonteren mensen dus digitaal samen al naar gelang hun behoefte, het nieuwe verbinden.

 

 

 

studio daarheen bezoekt trendlezing bezit als ballastDe volgende lezing ‘Bezit als ballast’ (Chantal van der Nat) laat zien dat mensen op het gebied van bezit juist willen ‘declutteren’, we willen minder spullen, minder producten in huis. Nu er zoveel massa geproduceerd wordt, is de status van meer, groter en duur er wel zo`n beetje af. We willen beleving in plaats van spullen. Gaan we ‘consumanderen’? Technologie heeft het mogelijk gemaakt dat we bezit nu ook via (online) platformen met volstrekt vreemden kunnen delen. Chantal laat met voorbeelden van vele deel en ruil-sites zien dat dat bij fashion, boeken, vervoer en gereedschap al heel goed lukt, alleen op het gebied van interieur gebeurt er nog niet zo veel.

Waarom zou men interieurproducten willen delen? Door de crisis is er minder geld te besteden aan dat nieuwe bankstel. Mensen vragen zich af of het wel duurzaam is om een bepaald product aan te schaffen. Ze herwaarderen producten, imperfectie mag weer, maar het product moet wel up-to-date zijn. Daar liggen dus kansen voor de interieurbranche. Chantal komt met een aantal interieurdesignconcepten, zoals ‘Moving design’, tijdelijk verhuizen via een platform. ‘Design-de-storage’, opslaan en uitlenen van interieurproducten en ‘Together design’ waarbij men samen design koopt.

 

studio daarheen bezoekt lezing toekomst stadspark

Ellentine van Elderen geeft de trendpresentatie ‘De toekomst van het stadspark’. De roep om duurzaamheid en leefbaarheid vormt samen met de toenemende verstedelijking belangrijke drivers achter het opnieuw nadenken over de leefbare stad. Ellentine onderzoekt hoe het park hier een rol in kan spelen.

Aan de oude onderliggende waarden als ontmoeten, ontspanning, vrijheid en ontdekken, voegt zij drie nieuwe waarden toe. Participatie, gezondheid en duurzaamheid. Vervolgens geeft zij een aantal mooie voorbeelden voor het nieuwe groen in de stad. Belevingstuinen, verticaal groen, guerilla gardening (jezelf een stukje stad toe-eigenen en dat groen invullen) en dakparken. Er is behoefte aan iets organisch als balans tegenover het harde van de stad. Men wil elkaar ontmoeten in de buitenlucht, ademen. Ze ziet het openbaar groen versmelten met particulier groen, het loopt in elkaar over. Als visie voor 2020 voorziet zij, postzegelparken, viaductparken, drijvende parken. En ook passen de parken zich aan aan de gebruiker, een park voor ouderen, educatieve parken. Een park waarin elektriciteit wordt gewonnen uit de wortels van planten, een verlaagd park voor festivals (geluidsoverlast beperken). Van de afbeeldingen met zoveel groen in de stad en verweven in harmonie met de bebouwing worden we in de donkere zaal in ieder geval al vrolijk.

 

studio daarheen bezoekt lezing toekomst management‘Is er toekomst voor management?’ vraagt Myrjam Burgers-Gerritsen aan de zaal aan het begin van haar lezing. Aarzelend denken enkelen van wel. Ze gaat het ons na haar lezing nog een keer vragen. Management was oorspronkelijk bedoelt om mensen in een stramien te krijgen om ze effectief repetitief werk te laten doen. Alles wat een algoritme is kun je automatiseren. Dat gaat voorbij aan een sterke behoefte van de huidige werknemer, die wil werken aan betekenis, wat voegen ze toe als individu. Mensen willen geen deelstukjes van een proces uitvoeren, zonder zicht te hebben op het totale proces, men wil weer meewerken aan het totale proces, zodat men ziet waar men mee bezig is en deze betekenisgeving draagt bij aan het werkplezier.

Maar, stelt Myrjam, we leven nu in de ‘ondertussenheid’, het nieuwe is aan het opkomen, maar is nog niet sterk genoeg. De wereld verandert snel, maar we zijn nog te traag om ons daaraan aan te passen. Dat vraag om een groot aanpassingsvermogen en de behendigheid om met de veranderingen om te gaan. ‘Agility’ in het Engels. Vandaar dat ze pleit voor ‘Agile’ teams. Een zelfsturend team van specialisten uit verschillende vakgebieden, die samen een zogenoemd multidisciplinair team vormen. Die met elkaar in hele korte tijd iets nieuws ontwikkelen. Zich snel aanpassen aan veranderingen en tijdens het proces bijsturen. Ze geeft vervolgens enkele voorbeelden, waarbij dat goed werkt. (‘part-up’, ‘effectory’, ‘spring-est’ en ‘Spotify’).

Voor mij als creatief en trendwatcher lijkt het mij een zeer nuttig systeem, maar omdat ik me afvroeg of het wel overal zou kunnen werken, wanneer werkt de Agile methodiek niet? => Als men niet wil veranderen / ontwikkelaars wil omscholen. Als men vooral junior ontwikkelaars in dienst heeft (te weinig ervaring om op terug te vallen), bij vaststaande projecteisen/ scherpe specificaties (als vooraf goed duidelijk is wat men wil), als de omgeving slechts langzaam verandert, zoals bij de (semi) overheid. (belastingdienst, ziekenhuizen, banken) of bij een cultuur die orde vereist, als er geen veranderingen zijn in het pakket van eisen na de analysefase en implementatie.

Het lijkt mij ook een mooie methode om tot creatieve oplossingen te komen in de ontwerpwereld, waarbij de klant nog niet precies weet wat hij wil en waarbij ontwerpers tijdens het creatieve proces nog bij kunnen sturen. (Dus, beter niet als de dure productie mallen al gemaakt zijn.) Belangrijke voorwaarde is wel dat het moet ‘klikken’ in een team en dat het ervaren specialisten zijn die openstaan voor elkaar en ‘lenig’ kunnen denken.

 

studio daarheen bezoekt trendlezing future museum‘The Future museum. Visiting a tasteful friend’ door Ellen Groenveld. Ellen begint met de ICOM definitie. “Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.” Klopt die definitie nog wel? Ze laat ons vervolgens zien hoe de huidige markt er uit ziet, een interactie-markt, we willen geamuseerd worden. Met vermenging van museum en winkelfuncties, vermenging van museum en amusement en vermenging van educatieve en winkelfuncties. Met digitaal museum, Google-Art. Vermenging van particulieren en museumfuncties. Bijvoorbeeld ‘straatmuseum Amsterdam’ waarbij drie objecten uit een museum bij particulieren thuis werd tentoongesteld. Grote privé musea met particuliere collecties zoals bijvoorbeeld ‘museum More’ in Gorssel.

Ellen roept vragen op met haar betoog. Wellicht is het juist wel handig voor middelgrote musea om winst te maken? Zou de functie van een museum ook kunnen zijn dat je je even rustig terugtrekt uit de drukke omgeving er om heen? Moeten we alle objecten wel fysiek in de depots van musea bewaren? (65 miljoen kunstobjecten). Zouden we door musea ook een connectie kunnen maken met de natuur? Tenslotte pleit Ellen ervoor de ICOM definitie hieraan aan te passen.

 

Studio Daarheen bezoekt trendlezing digital lifeAls laatste krijgen we een luchtig gebrachte en soms zelfs hilarische lezing door Nanon Soeters partner van Rozenbrood over ‘Digital Life in 2025’, omdat de lezing van Nora Vrba over ‘Bodywatching’ helaas kwam te vervallen omdat Nora was geveld door griep. In de digital life lezing volgen we een fictieve familie de Jong in 2025. We zien hoe de familie constant gemonitord wordt en feedback krijgt over wat men eet, welk effect het direct heeft op de gezondheid, hoe de apparaten in huis zich aan de gegevens aanpassen. Hoe men in 2025 thuisscholing zou kunnen krijgen, hoe men doucht, hoe men thuiswerkt. Op zakenreis in een vliegtuig die door camera’s buiten het toestel binnen de omgeving projecteert en je zo het gevoel geeft in een cabrio te vliegen. Informatie van sensoren en zichzelf daarop aanpassende (ook Agile!) apparaten. Veel bestaat zelfs al en hoewel het nu nog een wat onwennige indruk geeft, kan ik me voostellen dat het in kortere periode dan 10 jaar al gemeengoed is.

Het Rozenbrood trendevent ‘Picturing the future class 2015’ gaf genoeg stof tot nadenken en veel inspiratie. Wat is de toekomst toch interessant, ik ben benieuwd  welke contouren van een voorstelbare toekomst zich in 2016 zullen aftekenen. – Auteur- Nicole Spit, Designstudio Dáárheen

 

Nog meer lezen? Kijk voor nog andere blogposts over dit trendevent op

http://www.trendacademy.eu/ptf-blog/

Picturing the Future Class 2015

 

Design Studio Daarheen_Rozenbrood trendevent
Op 1 oktober presenteert de ROZENBROOD Trendacademy de eindpresentaties van cursisten in de openbare bijeenkomst ‘Picturing the Future’. De cursisten zijn professionals uit diverse vakgebieden die de technieken van trendwatchen hebben geleerd in het modulaire trainingsprogramma van de Trendacademy. Ze passen deze toe op hun eigen vakgebied. Class 2015 brengt dan ook trendpresentaties over uiteenlopende onderwerpen in de samenleving, smakelijk verwoord en verbeeld.

Museum Kranenburgh in Bergen

StudioDaarheen_Blog_Museum Kranenburgh
Studio Dáárheen bezoekt museum Kranenburgh in Bergen.
Tentoonstelling `Manifesten`. een platform voor discussie over de prikkelende vraag: Wie bepaalt kunst? Kunstenaars, het publiek en verzamelaars kunnen zich uitspreken en hun ideeën ter plekke wereldkundig maken. Stellingen van kunstenaars van nu en honderd jaar geleden vormen de inspiratiebron.
Als hedendaagse evenknie van de Bergense School exposeert een groep van twaalf hedendaagse kunstenaars rond Folkert de Jong (1972, Egmond aan Zee). Ze vertegenwoordigen verschillende disciplines als architectuur, theater en mode. Nieuw werk ontstond uit een coproductie met onder andere de Vlaamse modeontwerper Walter van Beirendonck. (tekst van de website van Museum Kranenburgh)
In de mooie beeldentuin werk van Chiel Kuijl met touwen, schommels, zeilen en hangbruggen. Alles beweegt en staat met elkaar in verbinding.